zweeds

deftig
boven-
kleding
waar-
achtig
leesteken
niet
gekleed
persoon-
lijk vnw.
zonder
geluid
geurend
zaad
harten-
breker
na het
genoemde
klap
eerste
vrouw
een of
ander
persoon
luxe
aard-
appel-
product
beenge-
wricht
vrucht
verkoud-
heidsver-
schijnsel
er goed
uitzien
voor-
gerecht
adellijk
slot
stop!
aange-
hechte
tak
mannelijk
dier
mij
mal
beroep
zeegras
een
zekere
voeg-
woord
leersoort
ten uwent
(afk.)
deel v.e.
schip