zweeds

muziek-
instru-
ment
gerechts-
hof
rare vent
tijdvak
buikband
waak-
zaamheid
schaak-
stuk
huivering-
wekkend
vluchten
afgesto-
ken stuk
gras
pl. in
Egypte
vogel-
product
voorzetsel
uitroep
van mede-
lijden
eenheid
van druk
snoes
scheuren
goedzak
bediende
in een
café
betovering
beeldig
actieve
persoon
ik (Lat.)
pl. in Gel-
derland
niet fris
deel v.e.
boerderij
ontken-
ning
functie
bestand-
deel
aardappel-
gerecht
muntje
kilogram
niet egaal